De Schampavie wandel- en fietstocht-categorieën
  
Van rustig vlak tot pittig klimmend.
Bij de Schampavietochten proberen we met logo's, waarvan hierboven en
onderaan telkens 3 voorbeelden, een aanduiding
te geven van de aard van de tocht. Alle logo's
Daarbij krijg je een indicatie over:
1. wandel- of fietstocht.
Dat verklapt de achtergrondfoto met stappers of fietsers.
2. het landschap waar doorheen gewandeld wordt en hoe we er doorheen stappen
of fietsen.
horizontale lijn = vlak tot licht golvend landschap (maximaal een 30
meter hoogteverschil)
golvende lijn = heuvelachtig landschap, vb. Hageland, Vlaamse Ardennen, maar
ook Condroz en Ardeens Plateau, indien zonder diep ingesneden valleien.
lijn met scherpe hoeken = berglandschap, of heuvellandschap
met diep ingesneden dalen en/of opvallende toppen vb. in en uit de
valleien van Semois en Ourthe. Maar een fietstocht door de Vlaamse Ardennen,
waarbij zo veel mogelijk steile hellingen opgezocht worden, hoort hier ook
bij.
3. de moeilijkheidsgraad van de tocht.
Onderaan zijn 1 tot 5 vakjes donker gekleurd. Hoe meer vakjes gekleurd, hoe zwaarder de tocht.
Hierbij spelen volgende elementen een rol:
De afstand
Voor een wandeltocht van minder dan 20km tot meer dan 28km,
voor een fietstocht van minder dan 60km tot meer dan 95km.
Aard van de wegen/paden:
Lichtst = zomer en winter goed begaanbare (onverharde) wegen en paden.
Zwaartst = erg slijkerig, stenige paden, overwoekerd, deels zonder pad,
over en onder prikkeldraden, over beken springen, ladders, ...
Wat mee te dragen?
Lichtst = enkel dagrugzak met 1 picknick, drank en regenkledij.
Al wat zwaarder = rugzak met 2x picknick, drank, regenkledij
én reservekledij + licht schoeisel voor in de overnachtingplaats + toiletgerief...
Telkens een graadje zwaarder = als meemoet: lakenzak / slaapzak /
't nodige voor een gemeenschappelijk avondmaal / meerdere maaltijden / véél drank / ...
Zwaarst = kampeergerief / tent / slaapmat / kookgerei /
eten voor meerdere dagen / ...
Bij dagtochten speelt het element 'Wat mee te dragen?' niet mee,
en gaan de andere onderdelen meer gewicht in de schaal leggen.
Het klimmen en dalen.
De horizontale of golvende lijn of lijn met scherpe hoeken geeft daar al een indicatie van.
Maar je kan door een berglandschap zo veel mogelijk de valleien volgen, én daarmee weinig
hoogteverschillen overbruggen,
of alle toppen opzoeken. Je kan de Lessevallei volgen, voortdurend langs de rivier,
of 5x de vallei in en weer uit...
Bij vlakke tochten speelt dit element weinig mee (tenzij vaak over
greppel springen, 10talen overstappen tussen weiden, ...) en zullen de andere
onderdelen meer gewicht in de schaal werpen.
Het tempo.
Rustig tempo, frequent en/of lange pauzes, vaak stoppen voor een bloempje, een paddestoel,
een uitzicht,... zelfs op makkelijk terrein hooguit een 4-tal km per uur.
Of een steviger tempo, waarbij Schampavieters echter NOOIT snelwandelaars
zijn: dit zal nooit meer dan een flinke 5km/uur zijn.
We blijven in groep en zorgen dat iedereen meekan, dat ieder de berg opgeraakt,
de ene makkelijk, de andere hijgend en puffend.
Soms kan een tochtbegeleider genoodzaakt zijn om het tempo wat
op te drijven, vb. om een trein niet te missen, in een stationnetje met maar om
de 2 uur een trein.
1 tot 5 vakjes onderaan donker gekleurd, is op basis van een mix van al deze
elementen.
'Heilig' is deze indeling niet: een normaal gezien makkelijke tocht,
kan een stuk moeilijker worden, wanneer het vlakke land onder een sneeuwtapijt
van 30cm ligt....
Tenslotte: de Schampavariatochten (maximaal 15km wandelen of 50km
fietsen) en gezinstochten (10-12km per dag) hebben 0 vakjes donker
gekleurd.
 
|