Fietsen in DONEGAL
Een 10daagse fietstocht in mei 2002
Verslag, tips en links door Hugo Marissens
De zon glinstert op het zeeoppervlak, wanneer het vliegtuig aanstalten maakt om te
landen. Donkere wolken stapelen zich echter op boven de Wicklow Mountains aan
de zuidrand van Dublin.
Het gras naast de landingspiste wordt omlaag gedrukt door een hevige westenwind.
Moeten wij straks een eindje westwaarts? Dat wordt duwen!
Hoofdwegen kunnen we vermijden, maar ook de secundaire wegen zijn drukker dan we zouden
wensen.
Een eerste pubervaring in Navan: aan de buitenkant weet je nooit hoe het er binnen
zal zijn: vaak héél groot, met meerdere ruimtes achter elkaar. En 3,70€ voor a
pint of Guinnes, da's de normale prijs. Of liever Cider?
Het laatste uur naar Kells door de gietende regen.
Kells'hostel lijkt een onguur rovershol. Een duistere 'living' met tot
de draad versleten zetels, een vetttige keuken met oude rommel van potten,
pannen, borden… Wel met nieuwe 'en suite rooms'. 'En suite', ja, dat wil zeggen
kamers met eigen badkamer. Dat andere gasten in onze kamer moeten komen
douchen, omdat elders in het gebouw alle sanitair in heropbouw is, … tja, tijdelijk
ongemak? (Inmiddels zou volgens de website de keuken compleet gerenoveerd
zijn).
(Alternatieven ten noordwesten van Dublin: Slane(25km ten W van Kells) en Trim
(25km ten Z van Kells).
De juiste kaart.
Dag 2 fietsen we van Kells noordwestwaarts tot ergens 'in the middle of nowhere' ten westen
van Belturbet. De zon straalt en na een paar kilometer wordt het landschap lieflijk.
Vandaag volgen we bijna uitsluitend wegen die niet op de Michelinkaart
1/400.000e terug te vinden zijn.
Op de
Ordnance Survey Holiday Map
(4 kaarten op 1/250.000e mét hoogtelijnen) staan wél
alle asfaltweggetjes. Al wat er geel is komt in aanmerking om te fietsen. Zo'n geel
weggetje is kwasi altijd rustig, kan evengoed een weg zijn met 2
rijstroken, met anderhalve of 1 rijstrook of 2 porties versleten asfalt met wat
gras tussen, amper breed genoeg voor 1 auto. Versleten asfalt is er trouwens
in overvloed tijdens héél de tocht!
In internet-tochtverslagen, die ik eerder gelezen had, was er vaak sprake van druk
autoverkeer: da's duidelijk van mensen die de (rode) hoofdwegen volgden. Wij
genieten langs 'onze' autoarme wegen van de fraaie panorama's en groene
weiden, omzoomd door hagen. Veel hoger dan 100m boven de zeespiegel komen we
niet, doch de korte, venijnige klimmetjes en heerlijke afdalingen volgen elkaar
in snel tempo op.
't Is hier niet moeilijk om 50km te rijden zonder pub of winkel tegen te komen. De
witte bolletjes met namen in kleine letters zijn dorpjes met niet meer dan een
kerk en een groepje huizen. En af en toe rijden we zelfs het bordje
'bebouwde kom' voorbij met een dorpsnaam die niet op de kaart te vinden is.
Vermits de wegwijzers overwegend onbestaand of minstens 50 jaar oud zijn, en de
namen daarop soms ook nog anders zijn dan op de kaart, moge het duidelijk zijn
dat een goed oriëntatievermogen noodzakelijk is.
Ga naar de toog!
Bellanagh,ook een wit bolletje mét kleine letters, ligt aan een
kruispunt van 2 grotere wegen, én beschikt daardoor over enkele winkels en een
hele straat vol pubs en restaurants. Vermits de zon ondertussen al enkele keren
verstoppertje heeft gespeeld, én we enkele showers te verwerken kregen, zoeken
we onze piknick binnen te verorberen, wat eerst mag van de jongeheer achter de
toog, maar nadien op enig ongenoegen stuit van wie de big boss blijkt te zijn.
Nu ja, we moeten nog leren: 't was al vrij laat, de meesten van ons groepje
uitgehongerden stortten zich meteen op de picknick, hopend dat men snel zou
komen bestellen. En de boss dacht wellicht dat we niet eens een consumptie
zouden nemen. Wisten wij dat men hier zelden komt vragen wat je wil drinken,
maar dat je geacht wordt zelf je drank te halen aan de (lange) toog.
Eens dat geleerd…
Minstens één van de tooghangers had deze ochtend duidelijk al veel meer dan 1 Guinness
naar binnen gegoten. 't Was kort voor de wereldbeker voetbal, Ierland zou als
eerste spelen, en bij aankoop van een Guinness kreeg je een krabbiljet. Deze
tooghanger vond ons zo sympathiek, dat hij z'n 20 ijverig bijeengedronken
krabbiljetten uitdeeldde, en Ludo had prijs: een grote Ierland-Guiness-vlag!
Na onze inkopen in Killasandra, (inmiddels shower nr 7 van de dag) verder
noordwaarts, op zoek naar
Sandville House Hostel. De weggetjes
door een bosrijker gebied werden alsmaar smaller, en na shower nr 8 en wanneer
we nu echt wel zeker waren dat het niet meer verder kon zijn, vonden we een
wegwijzer naar de hostel. Hm… droomdecor!
Binnen was de inrichting sober, de matrassen stamden duidelijk uit vroegere tijden, en
alhoewel zogenaamd 'linen included', waren die lakens ook niet 'vers en gladgestreken',
om het eufemistisch te omschrijven.
En toch… Sandville House had wel iets: hartelijk onthaal, een aangename, gezellige
eenvoud, warme douches, een keuken van 100 jaar geleden, waar we een lekker
maal klaarmaakten, een knetterend haardvuur… Alle drukte en stress was ver weg.
Niet haalbaar?
Voor de trip van dag 3 had ik slapeloze nachten gehad: een 100tal kilometer
noordwestwaarts, zonder mogelijkheid om dit korter te maken. Als er dan een
noordwestenwind zou blazen… zou dit erg hard worden!
De wind kwam uit het zuidwesten, dus, afhankelijk van de kronkels, soms onze
bondgenoot, dan weer een zijdelingse streling. Voor ons doemden de Cuilcagh
Mountains op (hoogste top 667m). Op weg naar onze eerste 'pas'
overschouwden we een geweldig panorama over het groene golvende landschap, met
tientallen meren, waar we gisteren en deze ochtend doorfietsten. De
zonnestralen maakten in de afdaling plaatst voor de voormiddagshower, die ons
een uurtje besprenkelde.
Hugh'spub in Glenfarne bleek dicht. Of toch niet?
Verkeerde deur geprobeerd. Pubs hebben nogal vaak 2 deuren: 1 voor de 'mini-pub',
met niet veel meer dan een toog, voor het dagdagelijks gebruik, en een 2e
deur van een wat ruimere gelegenheid, voor als er meer volk is. En 11
personen… da's al meer volk.
We snakten allen naar warme drank. De dame van het huis had duidelijk compassie
met die doorweekte troep fietsers, en dra stonden kannen warme thee en koffie
op tafel. Nog dorst? Weerom nieuw gevulde kannen. En daar kwam mevrouw ook
rond met een doos koekjes (pub was ook mini-winkeltje).
Eindafrekening: 5 euro, voor héél de groep. En méér wou ze absoluut niet!
Ze wou gelukkig samen met ons op de foto, en wellicht prijkt die foto nu ergens in
haar pub!
Van prik tot Irish Coffee.
Een technisch defect heb je bij voorkeur op een aangename lokatie, vb. in de
dorpskern van Kiltyclogher.
Wat dit dorp zo uniek maakte? De muggen! Het wemelde ervan. En prikken dat ze
deden. Zeker op die blote billen ('t was inmiddels weer eens zonnig!). Wat die
muggen zo aantrekkelijk vonden aan dit dorp? Geen idee, de rest van de tocht
hebben we er (bijna) geen meer ontmoet. Volgden zij hier misschien een cursus
'mensen prikken', en verspreiden zij zich aan het begin van de zomervakantie,
mét diploma, over héél het land?
Aan Lough Melvin reden we voor even Noord-Ierland binnen. Twee kilometer leek hier
plots veel verder. Natuurlijk,
in Noord-Ierland zijn het geen kilometers, maar mijlen. En om het makkelijk te
maken: in het 'echte' Ierland zijn de afstanden in kilometers, maar de
toegelaten snelheid is in mijlen uitgedrukt! En in Noord-Ierland zijn de
prijzen nog in Ponden, maar de Euro's worden ook vaak aanvaard.
Onmerkbaar rijden we in Beleek weer het echte Ierland binnen, en meteen county
Donegal, hét doel van onze fietsreis. Als je al van een doel kan spreken:
een fietsreis is van begin tot einde een doel, maar Donegal is het meest ruige
deel van onze tocht. Tevens komen we hier aan de zee aan de andere kant van het
eiland Ierland.
De door ons gekozen wirwar van weggetjes blijkt grotendeels samen te lopen met een
bewegwijzerde
Sustrans-fietsroute.
Gewoontegetrouw beëindigden we onze dag met een flinke stortbui. Hoe kunnen we anders de
(veelal ontbrekende) droogfaciliteiten in de hostels testen?
Donegal Independant Hostel in 't gelijknamige stadje van de gelijknamige county,
blijkt iets verder van het centrum te liggen dan we hoopten (2km ten westen). Deze
hostel is prima, met o.a. een gezellige zithoek en een fraai zicht op Donegal
Bay. Deze zondagavond hadden we gereserveerd in
, the place to be voor wie uit eten wil gaan. De fietsen mochten vanavond in de hostel blijven,
want het regende pijpenstelen. Voor 1
euro per persoon bracht een taxi ons naar het restaurant. 't Zat er goed vol
en 't eten was lekker. Met natuurlijk een Irish Coffee als afsluiter.
Langs Donegal Bay.
Vandaag mocht ieder wat langer slapen, er stond slechts 57km langs de kust op 't
programma. 't Zou weer een jas-aan-jas-uit-spelletje worden. Dat 'langs de
kust' niet betekent dat het een vlakke tocht is, zou ieder snel ervaren. Er
loopt een nogal drukke hoofdweg westwaarts richting Kllybegs, doch op de kaart
stonden voldoende gele weggetjes, om deze overwegend te vermijden. 't Begon al
bijzonder fraai - en meer dan 1 km helemaal vlak - langs de baai. Dan bijzonder
steil om die baai van 80m hoger te bewonderen.
Het ritje over het schiereiland,
met links Inver Bay, rechts Mc Swyne's Bay, zal wel in het
geheugen van ieder gegrift blijven. Water langs beide zijden, de wind vrij
spel, de schapen die ons nieuwsgierig aanstaren, en dan dat witte lemen huisje,
tegen een achtergond van zee en bergen… Weer of geen weer, dit is prachtig!
Voor en na Killybegs kunnen we niet anders dan een eind de hoofdweg volgen,
die tussen 30 en 80 meter boven zee hangt. Na Largy linksaf weerom een klein asfalweggetje.
De hemel was inmiddels stralend blauw geworden. Met dit heldere weer
onderscheiden we moeiteloos de kust en de bergen aan de overkant van Donegal
Bay, 25km verder. De kuitenbijters leiden ons naar nog fraaiere panorama's, dan
zoeven we weer even naar beneden, tot de volgende klim ons terug naar de
kleinste versnelling laat grijpen. Voor ons doemt de
Slieve League
op: 595m steekt deze berg boven de zee uit! Gezien het onstabiele weer hadden
we ons oorspronkelijk plan, om te voet naar boven te gaan, laten varen, maar
ieder is het er over eens, dat, als je daar komt én het weer ok is, dat een
niet te missen wandeling is!
Deze avond lijkt de zomer wel aangebroken. In
Derrylahan Hostel
hebben we een apart huisje voor ons groepje van 11 alleen. De avondzon geeft
zich van z'n beste zijde, ditmaal kunnen we buiten genieten, terwijl enkelen in
de keuken weerom allerlei lekkers klaarstomen.
Er zijn 20 bedden, maar als al die bedden belegen zijn, is het ons een raadsel
waar die 20 mensen dan allemaal moeten zitten. Nu lukt het ons nog net om in de
kleine eet- en zitkamer allen rond de tafel een plaatsje te vinden. Da's
trouwens in de meeste van die hostels: keuken, tafels en stoelen en salons zijn
meestal maar voorzien op hooguit de helft van het aantal slaapplaatsen.
Verder noordwaarts.
Starten
met een bergje van 25% én de ochtendzon maakt plaats voor grijze wolken. De weg
langs Glen River, alsmaar licht stijgend, voert ons onverbiddelijk
naar die pakken wolken, die tegen de Common Mountain plakken. Regenjassen
weerom aan voor de verdere klim naar Glengesh pass, één van de befaamste
Ierse passen.
Bij de steile en snelle afdaling naar Ardara is alweer de zon van de partij! De
volgende 40km komen we nooit mer dan 100m boven de zeespiegel. Toch is dit géén
makkie: als je voortdurend 20 à 40 meter daalt, weer klimt, wéér daalt, alweer
klimt…. heb je na een paar uur wel een serieuze pas beklommen.
Lettermacaward bestaat uit een brug, een paar huizen en 2 pubs. In die
rechts van de hoofdweg zijn fietsers met picknick niet welkom: we worden zelfs
aangemaand stante pede 'zijn' parking te verlaten! 100m naar links is het wél
één en al vriendelijkheid. Dat lijkt ons tevens een oord om op vrijdag- of
zaterdagavond naar de echte Ierse life-folkmusic te komen luisteren. De
traditie van volkse muziek en zang in de pubs is in dit meest Gaelic deel van
Ierland nog héél levendig. Als je hier per auto bent, én alles goed uitpluist,
kan je zeker 3-4 avonden per week folkoptredens bijwonen.
Maar ja, nu is het pas middag. Wanneer we wat later schier loodrecht Trawenagh
Bay achter ons laten, volgen we niet het kleine wegje rechtdoor, richting
Crohy Head Youthhostel. Nee, linksaf, een nog kleiner weggetje, volgt de kust
van nabij, op 50 tot 120m boven de zee. Dit is weer één en al ruig
fantastisch spektakel!
Aan Crohy Head is de zee bezaaid met kleine, onbewoonde eilandjes én het grotere én
hogere én bewoonde Aran Island iets verderop.
An Tor.
Na Dunglow:
het asfaltweggetje naar Screag an Iolair kon niet Ierser zijn: net 1
auto breed, al 10-tallen malen opgelapt, op en neer over hellingen van 15 à
20%. 30m hoger klauteren. Dan weer naar beneden zoeven, en als je op 't juiste
ogenblik even goed doortrapt, is de volgende helling al half beklommen.
Meren, beekjes, sompige grond. Her en der verspreide woningen. Nooit gedacht dat zo'n
woest gebied toch nog zo bewoond zou zijn. Zonnestralen spiegelen zich in een
meertje - voor even. Enkele minuten nadien is de volgende 'shower' daar.
Kruispunt zonder wegwijzers. Die zijn er maar als de weg naar een dorp gaat, en
de meeste wegen gaan 'nergens' naar toe. En als er een wegwijzer is, in dit
deel van Donegal enkel in 't Gaelic.
We winnen hoogte. Die top daar, dat moet de Slieve Snaght (683m) zijn. Glinstert
daar in het westen de Atlantische oceaan? Groepje huizen hier - bewoner. Toch
maar even vragen!
De hostel? Zie je ginder, die witte stip op de volgende helling: daar is het! Nice
place, nice man! Maar eest weer dalen, piepende remmen, riviertje over, en
klimmen naar dat verlaten schoolgebouw!
Puffend
klauteren we naar boven. Er staan 2 mannen naast auto. 1 komt naar ons toe:
'Is this the group from Hugo?' 'Yes'.
'Welkom!'k Ben jullie tegemoet gekomen! Jullie hebben zo'n zware tocht achter de rug.
Zal ik wat van jullie bagage overnemen? 'k Ga verwittigen dat jullie in
aantocht zijn - de soep is bijna klaar!'
10 minuten later staan we er.
An Tor
Welcome again! Kleine slaapkamertjes, charmante
leefruimte en keuken, mooie foto's en schilderijtjes, véél hout. De grote
soepkom staat op het vuur. Natte kleren? Geef ze maar, 'k zal ze in mijn
woonkamer hangen, zegt de gastheer, hier is geen plaats genoeg. Zet jullie aan
tafel. Laat de soep jullie smaken! Nog een 2e portie: de pot mag
leeg! Zal ik thee maken? Is het warm genoeg? … Hier, een fles wijn voor
jullie…(de hostels leveren enkel onderdak, géén maaltijden).
Met de 15km voordien aangekochte waren bereiden we een Ierse lamsstoofpot met
guinness. Hmm. Vergezeld van de nodige flessen wijn, en toetje nadien, genieten
we van de avond.
Om 't kwartier komt de gastheer horen of alles ok is. En na
de afwas: 'Als jullie zin hebben, speel ik enkele traditionele songs op m'n
accordeon!'. Ja, doen! De man
geniet! Wij ook. 'En nu is het jullie beurt!' Tja, eh… Toon
haalt zijn mondharmonica boven. Enkele Vlaamse en andere volksliedjes passeren
De man straalt: mensen ontvangen én muziek: da's z'n leven!....
Dag 6 - de terugtocht vangt aan.
An Earagail, met 752m hoogte, de hoogste berg in de
wijde omtrek, Het wandelpad naar boven is erg in trek: vandaar boven is het
panorama fenomenaal… maar niet vandaag, want de top steekt in een dikke wolk,
en wij krijgen al een eerste shower. De aanvankelijk vernieuwde weg, is
verderop in heraanleg. Onze fiets én bagage en kleren krijgen er een
modderkleur van. Met een wind van 80km/uur uit het westen, vliegen wij naar het
oosten. Wanneer we echter voor 1km even noordwestwaarts moeten blijven we bijna
ter plaatse trappelen. In Creeslough ligt een kasteelruïne wondermooi
aan een diepe inham van de Atlantische oceaan. In de pub van Glen zijn
fietsende picknickers welkom. Op weg naar Millford zijn de panorama's
over het zonnige (!) Broad Water schitterend…. verleidt sommigen zelfs
tot een ijsje!
Bunnaton House Hostel
ligt 15km en 1 baai
verder: aan Lough Swilly. Maar, uiteinden hebben toch altijd een
bijzondere aantrekkingskracht, en een 20-tal kilometer extra zouden ons tot Fanad
Head brengen. Met zo'n zonnig weer -doen? niet doen?
De twijfel blijft lang - da's vandaag dan wellicht 110km - maar uiteindelijk
vliegen we vooruit én bereiken we deze fraaie plek.
Ja,'t was de omweg waard.
"Nee, hadden we dat geweten, toch beter niet?" denkt later de ene stil, de
andere luido. Terug zuidwaarts was 'gewoon' Loch Swilly volgen, maar dat we
langs een zandstrand fietsten, en een paar kilometer verder dat strand van 180m
boven zeeniveau bewonderden… betekent dat daar tussenin wel enige (hm)
inspanning nodig was!
Bunnaton House lag héél mooi, maar 't was er eerder kil én alweer een mini
keuken-eet-zitplaats.
Dag zonder spektakel
De volgende dag, langs het drukke Letterkenny, dan gelukkig weer rustig
langs Castlefinn en Castlederg naar Omagh, was een dag met weinig
spektakel. Géén hoge toppen, een golvend landschap, met toch weidse
vergezichten. Onmerkbaar (geen bord, geen grenspaal…) kwamen we Noord-Ierland
binnen. Of toch merkbaar?
In de supermarkt van Castlederg géén wijn te koop, laat staan bier! Da's enkel in
speciale etablissementen mét vergunning. En waar is dat dan in Castlederg?
Hier: nergens! Wél 3 supermarkten, tientallen winkels, maar alcoholvrije stad.
Uiteindelijk bleek dat niet te kloppen, en raakten we toch aan onze drank voor
bij het avondeten. Tja: de meeste hostels liggen kilometers van de
dorpen/steden, dus 's avonds fiets je niet zo maar even naar de pub!
Een
kwartiertje voor we
Omagh Independant Hostel
bereikten gingen de
hemelsluizen weer eens helemaal open - we hadden al wat te veel zon gehad
vandaag. Gelukkig was er daar véél gelegenheid om kleren te drogen. Prima,
ruime hostel en héél sympathieke familie!
Sperrin Mountains.
Dag 8
kiezen trekken we nog even noordwaarts, om de Sperrin Mountains te doorkruisen.
De bergen, tot 678m hoog, blijken minder ruw te zijn, dan ik vermoed had. Toch
is de tocht op de hellingen van de valleien van Owenkilew en Glenelly zeer de
moeite waard - om te fietsen.
De Ulster Way- langeafstands-wandelpad,
trekt hier ook door, en volgt gedurende 20km kleine asfaltweggetjes! 't Ja, bij
gebrek aan public rights of way mag je hier vaak niet over het land stappen
zoals in Engeland! Ook in Donegal hadden we gemerkt dat sommige langeafstands-wandelpaden
meer dan 70% over asfaltweggetjes lopen.
Comfort-JH??
Die avond overnachten we in de stad Armagh.
De moderneArmagh Youth Hostel
met comfortabele kamers mét eigen sanitair, serveert wél maaltijden. Als je
tenminste 1/4e stukje flinterdunne diepvriespizza met iets
frietachtig en sla een deftige hoofdschotel kan noemen. Het ijs als dessert was
reeds uitgeschept zodra de pizza klaar was. En wanneer 's morgens het ontbijt
klaar diende te zijn, lag de uitbater nog te maffen! Dat kostte 32 euro.
Die uitbater had er duidelijk géén zin in, en liet zelfs verstaan dat hij er een paar dagen
later mee ging stoppen.zou er een paar dagen later mee
stoppen. Dus inmiddels is er misschien een enthousiaste nieuwe leiding?
Liever géén rondreis?
Het nadeel van rondreizen is, dat de laatste dagen vaak lijken op de eerste dagen.
Van Armagh naar Kells, pal zuidwaarts, was weer een traject dat voor 75% over
asfaltweggetjes liep, die niet terug te vinden zijn op de Michelinkaart, wel op
de Ornance Survey. Alhoewel nooit hoog (maar natuurlijk ook nooit vlak), hadden
we onderweg enkele zeer bijzondere vergezichten. Het was een héél heldere dag,
zodat we duidelijk westwaarts de Mounre Mountains (tot 850m hoog - pal
boven de Ierse Zee), en in het Westen de Iron Mountains (tot 519m
hoogte) konden onderscheiden: elk zowat 60km van ons verwijderd!
Niet de kortste weg…
Na een lekker laatste avondmaal in The Round Tower restaurant in
Kells, wachtte ons nog een erg ongewone terugkeer naar Brussel. Wegens staking van Air Lingus,
was voor ons een andere
vlucht geregeld, maar dienden we 3 uur eerder in de luchthaven te zijn. Dat
lukte wonderwel met een gecharterde bus - de reeds in plastik ingepakte fietsen
op de zetels achteraan, wij vooraan. Lang aanschuiven voor nieuwe tickets,
inchecken, en als alles in orde leek. Big problem: alle fietsen moesten
door een scanner - safety - 11 september, you know! - maar die konden er nier
door. Verkeerde fietsen? Verkeerde machine?
Geen uitzonderingen: dan moeten alle wielen eraf..
Maar, vliegtuig vertrekt binnen een half uur, sleutels zijn reeds weg met de bagage…
Tja, dan gaan ze niet mee.
En wanneer komen ze dan wel naar België?
Nooit!
Geduld - volharding- schijnbare kalmte - herhaling - geduld - herhaling - 2e
persoon - nee/ja/nee…. ja?
10 minuten voor het officiële vertrek werd het: 'We maken voor 1 keer een
uitzondering, niet door de scanner, als je belooft van de volgende keer de
wielen eraf te nemen, zodat er een kleiner pak kan gemaakt worden, zodat dit
wel door de scanner kan.'
Natuurlijk beloofden we dit!
Er zaten géén explosieven in onze fietsbanden. Het vliegtuig ontplofte niet. En we
kregen 2x eten op weg naar Brussel. Want… met SAS vlogen we van Dublin, over de
Noorse fjorden en besneeuwde Hardangervidda, over duizenden Zweedse meren naar
Stockholm, en vandaar met een volgende vlucht naar Brussel!
|