Lykia Yolu - The Lycian Way (Turkije)
GR-wandelen in Turkije
26 april – 10 mei 2002
Donderdag 25 april. De eerste Schampavieters stromen toe aan de incheckbalie
in Zaventem.
Patrick, Jan en Eric zijn al van de partij. Al een eerste gelegenheid
om de slaapmatjes te testen op hun degelijkheid. ‘Hey die heeft zijn matje mee’
kirde een opgewonden Nederlandse toeriste; tja slaapt nogal hard als je gaat
kamperen zonder niet ???
Vrijdag om 04.00 kwam de rest van de groep aan : Marc, Lieven, Hedwig, Raf, Veerle,
Marleen. Inchecken en een relatief korte vlucht naar Turkije.
De douaneformaliteiten in Antalya waren nogal aan de lange kant, wat maakte dat
we een uur moesten aanschuiven. Goed buitengekomen reden we met een gecharterd
busje naar onze eerste verblijfplaats in Göynük na inkopen te hebben gedaan in
Antalya en Kemer (voeding, gas, brandstof, wisselen geld, e.d.).
We kwamen aan in een leuk pensionnetje waar we onze tenten opsloegen in de
mooie tuin met citrusbomen. 's Avonds maakten we al direct kennis met de lekkere
Turkse keuken in de vorm van een uitgebreid buffet. Buiten onweerde het
onheilspellend, maar tegen dat we gingen slapen was het al gestopt met te regenen.
De dag erop was het echter stralend weer en konden we beginnen aan onze eerste
prachtige wandeldag, na een grappig intermezzo met een Nederlandse toeriste in het
pension die afwel stapelgek was of gedrogeerd; in ieder geval toen we vertrokken
riep ze ons nog achterna ‘ja geniet ervan, beklim die machtig hoge Himalaya’, ….
Foute boel zeggen ze dan zeker ???
De eerste dag liet ons al kennismaken met het prachtige landschap, dat veel
vergelijkingspunten vertoonde met Corsica. We moesten al bewijzen dat we in vorm
waren want die dag stegen we al om en bij de 1200 m en moesten we dikwijls moeilijke
passages doen bij waterlopen die met de zware rugzak niet al te gemakkelijk te
doorwaden waren.
In Göynük Yalasi konden we na een 7-tal uur effectief stappen
onze tenten opslaan bij een alleenstaand huis waar jammer genoeg een bulldozer
aan het werken was en die een beetje de rustige sfeer van heel de dag in de natuur
te hebben vertoefd op de achtergrond duwde. (We waren echter al blij dat we water
hadden aan het huis en namen dan maar vrede met het minder rustig ‘kader’.)
Zondag 06.30 …. Wie was van de partij, yep onze goede vriend de bulldozer,
dus snel opbreken en terug rustiger oorden opzoeken. Na een tijdje zagen we
de eerste besneeuwde toppen, een zalig zicht. In Gedelme, konden we lekker eten
in een vrij toeristische resto (er werden jeepsafari’s georganiseerd),
maar het was het enige alternatief.
In de late namiddag terug doorgegaan. In een piepklein dorpje gepasseerd,
waar een lokale inwoner zelf een handeltje had opgezet, ‘café’ annex ‘hotel’,
maar als niet ‘commerciële’ trekkers hebben wij hier geen gevolg aan gegeven.
Een tijd en een stevige klim later, konden wij onze tenten neerpoten op een prachtig
kampeerplekje met zicht op de besneeuwde Olympusberg … een postkaart waardig.
De volgende dag vertrek dus naar de omgeving van Yayla Kuzdere langs voornamelijk
aarden boswegen. Na een tijdje kwamen we in een echt prachtig berglandschap en aan
de sneeuwgrens op 1500m. Verder gestegen langs sneeuwvelden, die soms nog vrij
groot en diep waren, dus opletten was de boodschap.
Op een 1750 m werd er overlegd om al dan niet naar de top van de Olympus (2366 m)
te gaan zonder bagage, doch de opkomende mist en het ver gevorderde uur liet ons
beslissen ons gezond verstand te laten primeren op onze trekkerslust. Dan volgde
een stevige afdaling naar Beycik langs een sprookjesachtig eeuwenoud cederbos dat
met de laaghangende mist haast iets mytisch had. Met een beetje fantasie kon je
trollen achter de bomen zien weglopen, maar het konden natuurlijk ook geitendrollen
zijn. In het dorpje installeerden we onze tenten op een weide van een vriendelijke
inwoner en gingen we eten in een leuk restaurant, op een groot houten staketsel
gebouwd, met een mooi panorama op de moskee en de omgeving.
Weer een stralende dag, en natuurlijk vroeg vertrek omstreeks 08.00 u.
Lekker weer is natuurlijk altijd prettig. Lekker weer en lekker stijgen is
natuurlijk iets anders. In de namiddag konden we echter verkoeling zoeken in
een prachtige forellenkwekerij met prima eten. Na een stenig pad (het terrein
was trouwens heel de reis vrij geaccidenteerd), kwamen we aan berylgroene poelen
die voor een aangename afkoeling zorgde. Tochtleider Marc verried hier voor de
eerste keer dat hij eigenlijk diep in zijn binneste liever zwom dan wandelde.
Zelden iemand zo gelukkig in het water zien spartelen. Daarna zijn we verder
getrokken naar de eeuwige vlammen, een soort natuurlijke ontsnapping van aardgas,
wat op zich niet zoveel voorstelde. Op een tweede plaats kwamen we er nog tegen
en tevens een Amerikaanse toeriste die zich afvroeg ‘God where did you come from?’
en ik antwoordde vrij bezweet en moe : ‘I don’t care, but I wonder where we are
heading !!!’. In Cirali konden we onze tenten dan eindelijk installeren op een
mooie camping aan de zee.
De volgende dag wat meer bewolking, het doel was de Adrasan baai. Eerst even langs
de Olympus site, met een kleine onenigheid in de groep of we al dan niet moesten
betalen, daar de G.R. hier toch zowieso passeerde en we ongezien binnen waren
geraakt. We spaarden onze energie echter en maar goed ook, want er volgde een
moeizame beklimming van 650 m over een overwoekerd bergpad dat haast een machette
vereiste om door te geraken. Na bijna 3 uur moeizaam vorderen werden we op Upper
Olympos beloond met een mooi uitzicht op het onderliggend dal met bijhorende serres.
Vervolgens één van de absurde gegevens waar een wandelaar altijd wordt mee
geconfronteerd, na het zwoegend stijgen terug naar beneden. In de afdaling kwamen
we een Belg tegen van Vilvoorde die het pad volgde in omgekeerde richting en aan
zijn dagplanning te horen aan een behoorlijk tempo. Deze onverschrokken trekker
had onze bewondering eigenlijk wel tot op het punt dat hij zegde dat hij schrik
had in zijn tentje als het onweerde.
Zijn héél uitvoerig verslag mét talrijke praktische tips
kan je lezen op
www.trekkings.be.
Aangekomen in
Adrasan, settelden we ons aan
een restaurantje met een bijhorende campingplaats. Voor een kleine vergoeding kon
je daar in een grote tent slapen met bijhorende matras. De meeste van de groep
verkozen het reeds een hele tijd op de rug gedragen slakkenhuisje. In het
restaurant werden we weerom vergast op een lekkere maaltijd, al was het niet
altijd duidelijk wat het voorgerecht, hoofgerecht of dessert was.
De volgende etappe was naar Kaap Gelidonia, waar volgens de wandelgids een
vuurtoren moest staan waar een eventuele overnachting op aanvraag mogelijk was.
Bij het inslaan van onze bevoorrading van die dag hadden we het geluk dat we onze
inkopen deden bij een vriendelijke Turk (waren ze trouwens allemaal), die goed
Engels sprak en ook wandelaar was. Hij belde naar Mustafa de vuurtorenwachter
die hem verzekerde dat hij op ons zou wachten die avond. We begonnen onze tocht
alweer in stralend weer en na een tijdje kwamen we een prachtig veld tegen met
talloze klaprozen. De bloemenpracht was trouwens heel de reis meer dan de moeite,
dat is natuurlijk het voordeel van zo vroeg in het seizoen op tocht te gaan.
Nadat Jan een rolletje of 2 had gefotografeerd konden we verder. Wederom 400 m
omhoog in de brandende zon, of moeder waarom wandelen wij zo graag? Vervolgens
vorderden we verder lang een prachtig diep ingesneden kustpad.
Na geruime
tijd stappen kregen we eindelijk de vuurtoren in zicht. ‘Ik zie die thermos
al’ riep Raf opgewonden. Na een tijdje zoeken bereikten we uiteindelijk
de vuurtoren, en ja hoor, Mustafa stond ons al op te wachten met thee.
De toren was prachtig gelegen bij 3 kleine eilandjes voor de kust. Vier
van de groep besloten in de vuurtoren te overnachten, wat op zich wel
een eenmalige gebeurtenis kan zijn in iemands leven. De vraag waarom
we ons dikwijls zo afbeulen met veel gewicht in de brandende zon, werd
beantwoord door een prachtige zonsondergang in een uniek kader dat altijd
zal verborgen blijven voor de doorsnee toerist.
Om 05.45 opgestaan voor een zonsopgang die zelfs nog indrukwekkender was dan het
schouwspel van gisteren. Voorbijvarende visserssloepen in een felgele gloed met de
eilandjes als achtergrond, de droom van elke amateurfotograaf. We hadden met
Mustafa met veel gebarentaal afgesproken dat hij fruit moest gaan inkopen,
als verrassing voor Marc, omdat die die dag verjaarde. Inderdaad na twee stappen
stond Mustafa ons op te wachten en we werden prompt bij hem thuis uitgenodigd om
het fruit te overhandigen aan Marc, welke we dan gezamenlijk hebben verorberd.
Nadien wandelden we verder en na 1,5 uur hebben we de bus genomen tot Demre onze
volgende stopplaats, waar we onze tenten opzetten aan de site Myra op een
campingplaats.
In de vroege morgen de site bezocht, welke bestaat uit een mooi antiek theater en
in de rotsen uitgehouwde Lysische graftomben. Dan zijn we terug naar Demre stad
gegaan waar een deel van de groep de St. Nicolaas Kerk bezocht (ja die mijnheer
van zogezegd uit Spanje) en nadien deden we inkopen.
Vervolgens een 4 km gewandeld
naar het Andriake haventje waar we een boot charterden, welke ons naar Üçagiz zou
brengen. Het was een leuk boottripje, dat ons langs een verdronken stad voerde en
op onze tussentijdse stopplaats te Simena aten we een overheerlijke vissoep, die
in de beste Franse restaurants zeker niet zou misstaan op het menu (hmmmmmmmm).
In Üçagiz aangekomen, waar zich heel wat Lysische sarkofagen bevinden, overnachtten
we in het prima pension Ekin met van op het zonneterras een prachtig zicht op de
jachthaven.
De dag erop gingen we weer stevig van start langs het rotsige kustpad, en het verkoperspraatje dat stevig schoeisel alleen van pas komt in het hooggebergte werd
in de praktijk nog maar eens ontkracht, want op zeeniveau kwamen onze
bergbottinekes meer dan goed van pas.
In een mooi baaitje konden we ons neerzetten
op een gezellig terrasje, waar we kennismaakten met een tof Iers koppel dat ook aan het stappen was, doch met doordeweekse schoentjes en met beide een grote en een kleine rugzak. Achteraf bekeken vonden ze dat ‘Indeed stupid’, en hadden zij ergens het terrein wat onderschat. Na het uitwisselen van wat informatie, het drinken van verse geitenmelk en een zwempartij, gingen we terug op pad. Terug in het broeiende klimaat, we hadden er immers in België om gesmeekt.
Na alweer een stevige klim, kwamen we een Engels gezin tegen, waar de Ieren het ook al hadden over gehad. Het was een gezin van middelbare ouderdom met drie kinderen en ook hier weer hetzelfde verhaal dat ze het pad vrij zwaar vonden. Als je hen bekeek konden ze zo uit een Engelse roman zijn gestapt, echt puur natuur ‘countrypeople’; toch bewonderenswaardig dat ze ook met zijn allen op pad waren.
Na een tijdje doorstappen, weg van de zee, het liep al tegen de avond, kwamen we aan een siterne. Het wonderapparaatje om water te zuiveren van Lieven kwam nog maar eens van pas. Een Turkse landbouwer vergezeld van een ezel stond wat verwonderd naar ons te kijken, naar wat die rare blanke trekkers als vakantiegenoegens beschouwden. Raf vond een prachtige campingplaats aan een heel speciale steenformatie die eerst wat schoongemaakt moest worden wegens het rotsig karakter van de plek.
De dag nadien was het weer al zon wat de klok sloeg. Een deel van de groep ging
de site ‘Apollonia’ bezoeken. Nadien weer op zoek naar een siterne voor
waterbevoorrading. Na een tijdje vonden we uiteindelijk een dorp waar we
vriendelijk ontvangen werden door de bevolking die ons het nodige water bezorgde.
Hier kwamen we Zwarte Piet, ook niet uit Spanje !, tegen in de vorm van een
houtskoolbrander die zo zwart zag als roet en poseerde voor de camera met de
allure van een Parijs fotomodel.
Na ons bevoorraad te hebben van water trokken
we verder, nog een tijdje door het binnenland en nadien kwamen we terug aan de
kust, waar het weer moeizaam vorderen was wegens de warmte en geaccidenteerd
terrein. We vonden een mooi kampeerplekje maar besloten nog even verder te
trekken naar een volgend baaitje. Daar aangekomen hebben we doodmoe onze
tenten opgezet. Er lag een zeilschip voor anker en een paar Hollandse toeristen
waren even komen wandelen op het strandje. ‘Nou langs hier is het gemakkelijker
hoor’ een echt ‘leuke’ opmerking, onze Noorderburen waardig. Even tot drie
tellen en negeren dan maar …. .
Volgende dag vroeg vertrokken. Op het zeilschip was het nog muisstil,
waarschijnlijk nog moe van de strandwandeling van gisteren. Het traject
verliep weer langs een prachtig ingesneden rotsig kustpad dat op sommige
punten echt als op vlijmscherpe messen wandelen was. We vonden weer een siterne
waar we het water konden zuiveren met de filter. En ja hoor, een uur later weer
een baaitje met een café . Daar hebben we lekker kunnen ontspannen, eten en drinken.
Marc had een snorkel gaan lenen van een Duitse toeriste, een foto waardig.
(Ik bedoel niet de Duitse...)
Dan zette onze tocht zich verder met een steile
klim met een paar linke passages waar voorzichtigheid geboden was. In Kas
aangekomen vonden we een mooie camping met een leuke campingbaas van Turkse
origine maar met een Frans image, onvoorstelbaar, daar moet hij jaren op
geoefend hebben. De camping was verzorgd en met een mooi uitzicht op Kas,
welk een vrij toeristisch stadje is doch heel leuk om te vertoeven.
Daar we nog een dag op overschot hadden lieten we ons de dag erop naar de site
in Phellos voeren met een gecharterd busje. Vandaar volgde een mooie afdaling met
dagrugzakje naar Kas. Eerst langs een dalend pad met zicht op een groene
vruchtbare vlakte. Vervolgens langs liefelijke dorpjes gevolgd door een uitgestrekt
kaal plateau, waar de bewegwijzering het wel eens liet afweten. Na wat
zoekwerk werd de doorgang gevonden over de kam en dan als prachtige afsluiter
een kronkelend muilezelpad met een fantastisch panoramisch zicht op Kas
en de wijde omgeving.
De dag nadien verplaatsing met de bus naar Antalya, waar een mooi pension
gereserveerd was in de oude binnenstad. Antalya is een vrij westerse stad waar
een deel van de groep naar het archeologisch museum was gegaan en een ander
deel op souvenirjacht. De stad is prachtig gelegen met zicht op de besneeuwde
toppen en in het begin de kustlijn.
Er is een tijd van komen en gaan. Die tijd van gaan was aangebroken.
We werden opgehaald door een busje en naar de luchthaven gebracht. Waarna
we na een paar uur aankwamen te Zaventem. Afscheid genomen van het prachtige
Turkije, waarvan een paar zaken ons altijd zullen bijblijven. De gastvrije
bevolking, het lekkere eten (vooral de vis), het mooie doch soms bloedhete
weer, het prachtige landschap, de azuurblauwe zee en de unieke overnachting
in de vuurtoren ……
Eric.
Méér over trektochten in Turkije?
Trekking in Turkey
De site van Kate Clow, bezielster van The Lycian Way, en uitgeefster(1999) van de bijhorende gids.
In 2004 werd een 2e GR-pad bewegwijzerd en beschreven: St. Paul Trail,
meer het binnenland in ten noorden van Antalya.
Mountains of
TurkeyNoord-Oost-Turkije.(E)
Luc Selleslagh: een Vlaming bewandelde alleen én volledig The Lycian Way
én St Paul Trail.
Uitgebreide site met véél praktische info. Een webpagina van
Trekkersgroep Schampavie. |