Expeditie Pindos.Een Schampavie fietsavontuur in Griekenland.Mei 2003.
|
![]() |
| Ik zwoeg hijgend omhoog over het hete asfalt. Zweet valt druppel na druppel op het bovenvlak van mijn stuurtas en tekent er donkere vlekken. Drie vliegen ruziën om het zoute plekje, vluchten plots weg voor de volgende bui en landen kleverig ergens in mijn gezicht. Mijn snelheid loopt op tot wel vijf en een halve kilometer per uur, af en toe moet ik recht op de trappers, in mijn kleinste versnelling, en hier en daar moet ik nog uitwijken voor grote en kleinere rotsblokken die her en der van de natte hoogten zijn neergestort. Kilometers lang, bocht na bocht, eindeloos en bijna ademloos gaat het zo verder. Ik rijd alleen, ergens tussen een paar snelle knapen en de wat rustiger vrouwen in. Mijn moede gedachten dwalen doorheen de voorbije dagen van deze barre tocht... | ![]() |
| Het begon al ongewoon met een vervaarlijke nachtelijke rit van het vliegveld naar het hart van Athene, met snelle auto's en ratelende vrachtwagens vlak naast onze zwaar beladen vehikels. We overleven deze verschrikking, vinden ons nachtverblijf bij Zorba en zitten even later te bekomen op een aangenaam, zomerwarm terrasje. De volgende morgen beklimmen we inderhaast de hoge Akropolisheuvel, bekijken van ver de zuilen, de steigers en de talloze toeristen, genieten nog even van een "slippery" uitkijkpunt, en gaan dan tussen het chaotische verkeer op zoek naar de bus van Marissens, ergens aan het metrostation Ethniki Amina. We krijgen onze eerste regenbui te verwerken, vinden na enig zoeken toch de bus. We laden de rest van ons gezelschap op aan de luchthaven, en snellen dan noordwaarts, de Meteoren tegemoet. | ![]() |
| In Kastraki rijden we de nette camping
binnen, krijgen net de tijd om uit te laden en de tentjes op te slaan,
en de nette camping wordt een natte camping: het regent de ganse nacht
door en ook de volgende ochtend: waar zijn de beroemde Griekse blauwe
luchten? We gaan toch op zoek naar het grootste Meteorenklooster, bergop natuurlijk, zonder bagage en in mist en regen. Langgerokt of kleurig gebroekt, naargelang de sexe, bezoeken we dit indrukwekkend bouwwerk. Die prachtige bouwsels liggen als echte arendsnesten hoog en steil op vrijwel ontoegankelijke rotstoppen: hoe en waarom hebben die monniken dat klaar gespeeld? Ongetwijfeld de moeite meer dan waard, en uiteraard heeft ook de autobustoerist dat geweten… |
![]() |
Het blijft ondertussen koud, nat en grijs: manmoedig laden we toch de druipende tentjes op, kleden ons regenachtig aan en beginnen aan onze eerste overlevingsrit. Het gaat, vanzelfsprekend, stevig bergop, het regent maar door en we worden doornat: noodgedwongen houden we halt in een gastvrije bar, warmen ons binnenin met een warme choco en buitenuit aan een gloeiende houtkachel. Een groep dampende Schampavieters rond een hete stoofbuis : een enig zicht moet dat wezen… Het dorpje beschikt als bij wonder ook over een net hotelletje, en daar kunnen we onze natte spullen enigszins laten uitdruipen, en zelfs wat drogen. Het eten is er lekker en niet duur, de retsina ook… |
![]() |
| De weersvoorspellingen zijn niet goed: nog meer regen en niet echt Griekse temperaturen; toch stormen we 's anderendaags het Pindosgebergte in en de onverharde wegen op; een authentiek Grieks drama in velerlei bedrijven. Vanaf hier worden mijn indrukken zeer verward: het worden zware dagen met een mengeling van gure toestanden, korte flitsen van schoonheid, platte banden en meer van dat fraais. De hellingen zijn onmogelijk steil, de wegen onmogelijk slecht, met losliggende, gladde keien, scherpe stenen, uitgespoelde geulen en slechts af en toe een redelijk berijdbare strook. Ik gruwel als ik mijn stalen lastdier over die verschrikkingen loods. Een steen spat knallend weg en mijn nukkig stuur springt plots de verkeerde kant op: voet aan de grond en dan maar stappend verder, en sleuren met de zware fietslast aan de hand. Uiteindelijk improviseer ik een soort trekriem om mijn armen een beetje te ontlasten: het helpt maar het blijft zwoegen. | ![]() |
| Er wordt van lieverlede meer gestapt dan gefietst: in snelheid maakt het niet veel verschil uit, en te voet kan je nog even verpozen, en hijgend rondkijken naar al het mooie rondom. Want dit moet gezegd, of liever geschreven worden: de streek is wondermooi, de vergezichten indrukwekkend, de verwrongen platanen en grillige dennen prachtig; er groeien vreemde bloemen en op de hoogten tiert welig het baardmos en zelfs het longkorstmos. De lucht is hier blijkbaar nog zuiver… De dorpen die we volgens de kaart moeten doorrijden, stellen meestal niet veel voor: een paar huizen, deels verlaten, met een stukje beter berijdbare, nog steilere weg. Heel soms is er een winkeltje, zo uit de vooroorlogse tijden van bij ons geplukt, duister en stoffig en voorzien van de meest uiteenlopende producten. | ![]() |
| We ploegen maar voort; de afdalingen zijn al even belastend als de beklimmingen. Op elk moment is alle aandacht nodig om overeind te blijven en de stenige hinderpalen te vermijden: het zijn stevige fietsen en ervaren piloten die deze hindernissen heelhuids overwinnen… Zo gaat het een paar dagen door, met wat regen, soms wat zon, en het moordend geploeter over de steile, gure paden. Eén van de gezellen moet afhaken, ongesteld en oververmoeid; de overigen rijden ook vrijwel op het tandvlees, de één al wat meer dan de andere, de perioden van rust en ontspanning zijn schaars en meestal regenachtig. Op één bepaalde, lange dag, zwoegen we amper acht en twintig kilometers bij elkaar, we raken de juiste weg en het noorden kwijt: dit is een onmogelijke opgave, en wijselijk wordt er besloten de onverharde paden te verlaten en de route in te korten. | ![]() |
We rijden niet terug tot Athene, maar zullen in Delphi het Orakel raadplegen en van daaruit naar de hoofdstad bussen. Ook dat wordt nog een hele krachttoer! Multatuli schreef het al: beste lezer, ik vrees dat mijn verhaal eentonig wordt. De hellingen zijn erg steil en oneindig lang: op een dag fietsen we meer dan 2500 hoogtemeters bergop! De weergoden zijn ons ook niet gunstig gezind en meer dan eens wordt een hotelletje met restaurant onze enige uitweg om te overleven. |
![]() |
| Toch is het niet allemaal kommer en kwel: dit is een prachtige, ruwe, nog vrij ongerepte streek met veel groen, veel ruimte en heldere luchten. De bergen deinen in verre, wazige golven ver weg tot aan de einder. Hier zingt nog de nachtegaal, geuren vele kruiden en bloeit de gele brem. Vandaag is het eindelijk warm en droog: na een lange rit met twee stevige cols, een slingerende afdaling naar een stuwmeer met heel wat rem- en bandenproblemen, vinden we een rustig plekje nabij een kapel, met een trage bron en een varkensstal . De nachtegaal zingt voor ons bij het avondmaal en in de nacht, en bij het vlugge ontbijt de volgende morgen vallen al weer de eerste druppels van deze dag. De retsina is lekker en de Griekse keuken is voortreffelijk en betaalbaar; af en toe vind je de kleine landschildpad en de smaragdgroene hagedis, en als er wat meer tijd voor was, zouden talloze bloemen je kunnen verblijden. | ![]() |
| De laatste dagen klaart de Griekse hemel eindelijk uit. We krijgen een heerlijke afdaling uit het groene gebergte naar de blauwgroene zee, we plonzen wellustig in de Corinthische wateren . Hier bloeit de rode oleander, groeien hoge eucalyptu-sbomen, en in Delphi liggen grote hopen stenen op ons te wachten. Het "laatste avondmaal" wordt stemmig, overgoten met wat late zon, een prachtig zicht op zee en bergen, en behoorlijke hoeveelheden retsina uit kleine koperen kannetjes. Maandag klimmen we nog naar Delphi, zonder bagage, in de zon en onder de echte blauwe luchten. We bekijken er de schamele resten van het ooit zo roemrijke oord. Alleen het amfitheater en de arena zijn nog redelijk goed bewaard, de rest zijn grote brokken steen en kapotte zuilen: de ligging en de sfeer van deze plek maken wel indruk. | ![]() |
| De bus op dan, richting Athene. We vinden er de verloren zoon terug en er wordt wat heen en weer gezeuld met de bagage. De fietsen moeten weer doorgelicht worden, en met enig gewriemel en veel geduld lukt het deze keer. Het zit er weer op… Met veertien waren we, misschien net iets te veel om een hechte groep te vormen. Bovendien bleven we na enkele dagen nog met dertien over: niet bepaald een geluksgetal. Een echte Mol hebben we niet kunnen ontmaskeren, maar vrijwel iedereen koestert sterke verdenkingen. Een speciale vermelding van het Orakel voor Steven: het onvermoeibare, nimmer aflatende achterlicht, dat als een Goede Herder de soms zwalpende schapen toch weer bij de kudde bracht. | ![]() |
| Een woord van waardering ook voor onze Ruwe Gids
Hugo, die uiteindelijk voor alle moeilijkheden toch een passende uitweg en een
haalbare oplossing vond, en voor ons aller Mie, wiens ruime kooktalent "door
omstandigheden" bij deze rit slechts matig aan bod kwam.
Als de tijd verder glijdt en de fietswielen weer draaien, zullen de ruwe paden, de
steile hellingen en de barre hoogten, de regen en de platte banden oplossen in
wazige nevels van vergetelheid. Dan blijven alleen nog de heerlijke bossen, de
verre zichten met golvende bergen, de suizende afdalingen, die ene avond met
sterren en vuurvliegen, de smaak van retsina en de streling van de Corinthische zee,
en het uiteindelijke gevoel: het is toch weer de moeite waard geweest. Toon.
|
![]() |
![]() |
|
![]() |
|
![]() |
|
foto's:
Hugo |
|